NL: ‘Ideale locatie voor datacenter is niet de polder maar bij een warmtenet’

Een eigen mening over datacenters en de datacenterindustrie kan een speler als Switch Datacenters niet ontzegd worden. Zo is Edgar van Essen, managing director en partner bij het bedrijf, er van overtuigd dat we aan de vooravond van de start van het tijdperk van hybride koeling die uiteindelijk naar vloeistofkoeling zal verschuiven. Ook is hij van mening dat het omstreden hyperscale datacenter in Zeewolde juist zeer waardevol zou kunnen voor de energietransitie van Nederland, omdat het een aanjager kan zijn van een beter beleid voor inpassing van datacenters in de publieke ruimte. En restwarmte gratis aanbieden? Niks ervan, meent Van Essen. We moeten juist de economische waarde van restwarmte onderkennen. Want datacenters worden warmteleveranciers en helpen ons ‘van het gas af’.

Het interview met Edgar van Essen gaat bijna mis, want hij heeft het druk. Van Essen is namelijk bezig met een nieuw datacenter van Switch en is volop in gesprek met een hyperscale-klant. Misschien dat hij geïnspireerd door die gesprekken daarom al in zijn eerste zin een interessante uitspraak doet: “We staan aan de vooravond van hybride koeling en uiteindelijk vloeistofkoeling.”

Daarmee bedoelt Van Essen dat datacenters de komende tijd meer en meer zullen uitgroeien tot warmteleveranciers. Eerder had het eigenzinnige Switch al eens aangegeven dat als een klant in een van haar faciliteiten restwarmte produceert het bereid is de opbrengst van de verkoop van die warmte met die klant te delen. Een hele andere visie dus dan wat vaak geroepen wordt: restwarmte is gratis.

Geloof in restwarmte

Van Essen is ervan overtuigd dat restwarmte een belangrijke factor gaat worden in datacenters en datacenterplanning. Eigenlijk is ‘restwarmte’ een vervelende term, want het suggereert dat het om een rest- of afvalproduct gaat. Niets is minder waard, meent hij: “Het is gewoon een grondstof voor een ander proces – of dat nu verwarming van een gebouw van de buren is zoals wij doen bij AMS2 of warmte die in een productieproces kan worden toegepast. Het heeft dus economische waarde. Daar kun je als datacenter operator iets mee in je business model.”

Het gaat echter nog verder, meent Van Essen. “Als je als datacenter-speler gelooft in restwarmte, dan moet je daar ook zo goed mogelijk op inspelen. Je wilt dan immers – naast dataleverancier – ook warmteproducent worden en dat moet je dan wel goed organiseren. Bijvoorbeeld in je locatiekeuze. Ga dan dus niet in de polder zitten, maar kies juist een locatie in de buurt van een warmtenet. Zo zouden overheden hier ook naar moeten kijken. Het – zeg maar – wegstoppen van datacenters in de uithoeken van Nederland is op zich een begrijpelijke reactie, maar getuigt niet van een duidelijke visie op de vraag hoe wij industrieclusters van verschillende type bedrijven kunnen plannen die elkaar versterken. Juist door samen te werken in een slimme keten waar het afval van de een de grondstof is van de ander (in serie geschakeld dus) kan een forse hoeveelheid CO2 worden bespaard ten opzichte van een parallel systeem waarbij alle bedrijven zelfstandig hun grondstoffen inkopen zonder slim te combineren.”

“Grote energiebedrijven zijn dan voor datacenters hun natuurlijke partners. Zij zijn immers de grote warmteleveranciers van ons land. Ook moet je kijken wat je als datacenter jouw omgeving te bieden hebt. Wij willen graag een grootschalige warmteleverancier worden. Dan moet je het datacenter dus ook een technische infrastructuur geven die je niet alleen in staat is jouw IT-klanten te faciliteren, maar die infrastructuur moet ook in staat zijn een maximale hoeveelheid restwarmte van goede kwaliteit te leveren.”

“Als je als datacenter grootschalig warmte weet te produceren en andere partijen gaan ook mee doen, dan zou dit zomaar kunnen betekenen dat een warmteproducent een gas- of kolencentrale kan afschakelen. Die centrales staan nu fossiele brandstoffen te verstoken met als doel warmte te produceren die vervolgens in een warmtenet wordt gepompt. Maar wij als datacenters hebben al heel veel warmte beschikbaar en kunnen die warmteproductie ook nog eens verder uitbouwen en de kwaliteit ervan verbeteren. Die warmte wordt in geval van grotere hyperscalers opgewekt door windmolens als onderdeel van een power purchase agreement (PPA). Deze hyperscalers zijn daarmee momenteel de stuwende krachten bij het opwekken en opkopen van wind op zee. Daarmee hebben wij dus al veel van de voor warmtenetten benodigde warmte gecreëerd. Waarom dan nog voor dit doel zo’n gas- of kolencentrale in stand houden?

“In het kader van de energietransitie is restwarmte dus niet iets dat we gratis moeten weggeven. We moeten de productie ervan juist optimaliseren, zodat we centrales kunnen afschakelen. En dat optimaliseren van de restwarmteproductie doe je natuurlijk het beste samen met een hyperscaler, omdat  zij zich via hun PPA hebben gecommitteerd tot het draaien op 100% windenergie. Het resultaat hiervan zou kunnen zijn dat wij met groene windstroom uiteindelijk een stadswarmtenet kunnen gaan voorzien van volledig groen opgewekte restwarmte, die dus CO2-neutraal is. Groen in-groen uit, zeg maar. En daarmee zal zo’n aanpak zelfs meehelpen met het uitzetten van een straks overbodige vervuilende fossiele ‘kachel’ met CO2-impact.”

Veranderingen

Switch Datacenters is de laatste jaren flink veranderd. Van Essen: “We hebben AMS1 aan Equinix verkocht. AMS2 is nog een retail datacenter, maar is bezig met een slag richting wholesale. We breiden deze site nu uit, liefst met klanten die mee willen werken aan het opwekken van restwarmte door te kiezen voor nextgen gekoelde apparatuur. AMS3 is al wholesale en telt slechts een enkele klant. AMS4 komt in een bestaande hal die wij ombouwen tot een modern en zeer centraal gelegen datacenter met minimale latency naar Nikhef en dat precies tussen Science Park en de datacenterclusters in Amsterdam-Zuidoost ligt. Door gebruik te maken van bijvoorbeeld de bestaande betonvloer van het oude pand kunnen wij bij de bouw een heleboel Scope 3 CO2 besparen. Het nieuwe AMS5 heeft straks wat ons betreft ook slechts één klant, een hyperscaler. Maar dan wel een partij die mee doet in onze ideeën voor maximale productie van restwarmte van goede kwaliteit. Waarmee ik overigens warmte van 50 graden of meer bedoel. Technisch is dat prima haalbaar. Deze omslag van lucht naar liquid zal in fases gebeuren en zal daarom hybride starten.”

Bij Switch zoeken ze dus voortdurend naar nieuwe waardeproposities. Daarom omarmen zij innovatie liefst in een vroeg stadium. “Wij zien ook niets in de aanpak die veel andere partijen volgen. Die kopen tegen zo laag mogelijke kosten een stuk grond waarop zij een standaard design neerzetten. Dat doen wij dus niet. Wij hebben het voordeel dat wij zelf onze eigen designs maken. Voor ons hoeft dat stuk grond dus ook niet keurig rechthoekig te zijn zodat een bestaand ontwerp kan worden neergezet. Wij durven daarom ook naar suboptimale stukken grond te kijken. Mits maar aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zoals de nabijheid van een warmtenet. Dat kan natuurlijk alleen maar in nauwe samenspraak met klanten die sustainability ook daadwerkelijk willen toepassen en bereid zijn hun operationeel model aan te passen.”

Van Essen is druk in gesprek met hyperscale-partijen. “Wij willen graag dat zij vanaf dag 1 mee denken over het design dat wij voor ogen hebben. En het interessante is: daar zijn zij absoluut toe bereid. Een goede integratie van een hyperscale-plot in de lokale omgeving wordt voor hen ook steeds belangrijker. De discussies rond Zeewolde zijn de hele wereld over gegaan en hyperscalers snappen heel goed dat zij oog moet hebben voor de lokale omstandigheden. Als zij in staat zijn om een bijdrage te leveren aan de energietransitie hier in Nederland, slaan zij natuurlijk twee vliegen in één klap: een nieuwe faciliteit beschikbaar plus een veel betere reputatie omdat zij meehelpen met een energieomslag.”

Discussie

Daarom heeft Van Essen wat moeite met de discussie over Zeewolde. “Wat ik niet snap is dat er geen duidelijke eisen lijken gesteld aan META voor wat betreft de locatie, stroomverbruik en vooral wat zij terugleveren aan de samenleving. Ik ben niet tegen de komst van hyperscalers – integendeel. Maar ik ben wel tegen de komst van suboptimale datacenters die als het ware copy/ paste worden overgezet vanuit de Verenigde Staten, zonder bijdrage aan de Nederlandse samenleving. Juist hyperscalers hebben de schaalgrootte en de financiële middelen om een versnelde transitie van lucht naar met vloeistof gekoelde datacenters te doen. Met andere woorden, van incourante lage temperatuur restwarmte naar hoge volumes, hogere temperatuur restwarmte.”

“Ik weet niet hoeveel groene stroom die faciliteit precies gaat gebruiken. Maar in mijn ogen zou het juist ideaal zijn als we in Nederland meerdere hyperscale datacenters neerzetten die volledig op groene stroom draaien. En waarvan de technische infrastructuur zo is ingericht – bijvoorbeeld op basis van vloeistofkoeling – dat zij maximaal restwarmte produceren. Die restwarmte wordt vervolgens aan een energiebedrijf geleverd die op zijn beurt een met fossiele brandstof gestookte centrale kan afschakelen. Dat lijkt mij een slimme en interessante manier van energietransitie tot stand brengen. Dat hoor ik in de discussie rond Zeewolde echter niet terug.”

Van Essen is een groot fan van het al even genoemde fenomeen ‘direct liquid cooling’, naast immersion cooling, Open Compute en alle andere slimme technologieën die kunnen bijdragen aan het efficiënter en groener laten draaien van datacenters. “Direct liquid cooling wordt in Nederland zwaar onderschat. Het gebeurt een beetje bij HPC-toepassingen maar voor de rest past nauwelijks iemand het toe. Wij hebben hier bij Switch wel eens testen gedaan. Neem een oude server, haal de ventilator eruit en vervang die door een kap die vloeistofkoeling mogelijk maakt. We hebben nog nooit zo’n duurzame server gehad! Maar dit is een slag die we als Europa moeten maken. Misschien is dit wel een aardig idee: zet een speciale Europese belasting op fans in servers. Dan is er ineens een incentive om serieus naar vloeistofkoeling te kijken. En kunnen we grote stappen zetten ten aanzien van het verduurzamen van ons server-park”.