Close

DATACENTER WORKS MAGAZINE - INTERVIEW DIRECTEUR SWITCH DATACENTERS

Download pressrelease

Switch wil PUE=1-grens doorbreken

Aan ambitie geen gebrek. nieuwkomer switch datacenter group wil toe naar een pue van onder de 1. “wij mikken op 0,7 of 0,8”, zegt gregor snip, oprichter en commercieel directeur van het bedrijf. sinds kort is de eerste fase van het gloednieuwe datacenter in amsterdam operationeel.

Gregor Snip, directeur van Switch Datacenter Group, wijst naar de deurpost die toegang geeft tot de spreekruimte waar we praten over de plannen van zijn bedrijf. Daar zit nog geen deur in. Schilders en timmerlieden zijn nog volop aan de slag. De kale betonnen vloeren van de gangen in het kantoorgedeelte vragen nog om stoffering. Maar intussen heeft de eerste klant zijn apparatuur al aan de praat op 700 m2 highend-datacenterruimte. Die eerste klant is Internet Unie. Voor degenen die Snip kennen zal dat geen verrassing zijn, want hij is dertien jaar directeur geweest van deze ISP, meteen vanaf de oprichting in 1998.

Juist zijn ervaring bij Internet Unie, dat klanten kent als de Nationale Ombudsman, het ministerie van Defensie en Oxxio, heeft geleid tot de oprichting van Switch Datacenter Group. De ISP had zijn klanten ondergebracht bij drie verschillende datacenters. “De laatste jaren kreeg ik echter al te vaak nul op request als ik ergens nog een of twee racks erbij wilde plaatsen. Er was geen ruimte meer”, vertelt Snip. “Bovendien waren de prijzen in al die jaren vrijwel verdubbeld. Dat gaf mij het gevoel dat er in Amsterdam ruimte is voor een nieuwe aanbieder van datacenterruimte tegen een redelijke prijs. Ik heb een aantal investeerders aangetrokken en de ingebruikneming van dit datacenter in Amsterdam is het resultaat. We hebben hier wel twee jaar intensief aan gewerkt.”

Switch AMS1 heeft een capaciteit van meer dan 1.500 racks en 60.000 servers.

Toegangspoort

Op de vraag waarom hij heeft gekozen voor Amsterdam, waar onder andere TeleCity, Equinix, Verizon, Global Switch, euNetworks en The Datacenter Group al jaren de scepter zwaaien, antwoordt Snips kort en bondig: “Amsterdam-Zuidoost is wereldwijd een gebied met één van de hoogste dichtheden aan glasvezelkabels in de grond van internationale carrierbackbones. Daar wil je dichtbij zitten. Londen, Frankfurt en Parijs zijn natuurlijk
even belangrijke knooppunten, maar Amsterdam heeft de snelste groei aan bandbreedte, onder andere door de AMS-IX (Amsterdam Internet Exchange). Op dit moment hebben we via andere datacenters toegang tot de AMS-IX, maar we willen een eigen point of presence hebben. Daarover voeren we nu intern overleg. Dat komt wel in orde.”

Snip heeft nog een reden om Amsterdam te kiezen: “Voor buitenlandse bedrijven is Nederland een belastingparadijs. Ze willen zich hier dus graag vestigen. En voor het buitenland is Nederland synoniem aan Amsterdam. Onze hoofdstad is vaak de toegangspoort naar Europa voor bedrijven.”

Op dit moment is Switch aangesloten op 460 glasvezelverbindingen van veertig verschillende carriernetwerken.

Of de andere leveranciers van datacenterruimte hem kwalijk nemen dat hij deze markt betreedt? Natuurlijk kan hij nog met bijvoorbeeld Alexandra Schless, directeur Nederland van TeleCity, door één deur? “We opereren allemaal op een groeimarkt. Daarbij komt dat TeleCity zich vooral wil richten op de grote bedrijven, terwijl wij ons richten op de ISP’s.

Nee hoor, er is geen sprake van enige wrevel. Je moet bedenken dat het een klein wereldje is. Alle ISP’s, carriers en datacenters kennen elkaar. Bovendien doen we ook wel zaken met elkaar. Mijn klant kan bijvoorbeeld een uitwijk willen hebben bij TeleCity of een van de andere aanbieders. We gaan allemaal zakelijk met elkaar om.”

De hang naar cloud computing speelt immers alle aanbieders van datacenterruimte in de kaart.

Efficiëntie

Switch Datacenter Group onderscheidt zich van de andere aanbieders vooral met de prijs, zo blijkt. Volgens Snip is zijn datacenter zeker 25 tot 30 % efficiënter en daardoor goedkoper dan de andere. Hij ziet zich daarentegen niet als prijsvechter. “Wij bieden wel de hoogste kwaliteit. We proberen te allen tijde downtime te voorkomen en de kans daarop uit te sluiten; daar hebben we flink in geïnvesteerd. Onze klanten accepteren ook geen downtime. Wat dat betreft zie ik Evoswitch meer als een prijsvechter, gericht op lage budgetten. Hoewel de prijzen bij dit bedrijf nogal schommelen. Wij bieden een constante waarde tegen een stabiele prijs. Daarbij gaan wij overigens op de volumemarkt zitten om een constante inkoop- en verkoopprijs te hanteren. Vooral de ISP’s, multimediabedrijven en grote webomgevingen. Ik zie onszelf meer in het middensegment opereren.”

Hij vertelt samen te werken met Compertius voor de ontwikkeling van het datacenter. “Compertius heeft meer dan tien jaar ervaring in 24x7 operations management van datacenters. Van die ervaring maken wij graag gebruik.” Dit heeft volgens hem geresulteerd in een ‘ultra-efficiënte koelinginfrastructuur’. Zo is het datacenter in staat deels te koelen met de buitenlucht. “Maar dat is niet zo bijzonder”, licht Snip toe. “Het bijzondere is dat wij de overgang van buitenlucht naar interne lucht heel efficiënt hebben kunnen inregelen.”

Nog een noviteit, aldus Snip, is het ups-systeem van AEG. “Dat is een intelligent en schaalbaar systeem dat bestaat uit een samen stel van 20 kW-blokjes. Vaak is de ups de bottleneck in de infrastructuur van een datacenter. Als die moet worden vervangen, is downtime vaak onvermijdelijk. En, zoals gezegd, wij willen de downtime zo klein mogelijk houden. Bij het AEG-systeem hoef je niet meteen het hele ups-apparaat te vervangen, maar lleen dat blokje of die blokjes die de geest hebben gegeven. Het is te vergelijken met Raid-5.”

Veel onderzoek

De eerste 700 m2 van in totaal 8.320 m2 is onlangs opgeleverd. Snip verwacht dat de gehele ruimte binnen drie of vier jaar is opgevuld. “Dan bouwen we weer verder”, zegt hij. “Wij lopen altijd voor op de vraag naar computerruimte. Als deze locatie vol is, hebben we al ergens anders een nieuwe gereed. Wij gebruiken nu vooral TeleCity als uitwijkmogelijkheid voor onze klanten. Het komende half jaar gaan we in Amsterdam op zoek naar een eigen uitwijkcentrum.”

Een ander toekomstplan is om de energie-efficiëntie van het datacenter nog verder omhoog te krikken. “We zitten nu al op een PUE van 1,3 en daarmee steken we heel positief af tegen de andere datacenters die vaak al ouder zijn en oudere technieken hebben gebruikt. Bij ons is het state of the art, waardoor we erg efficiënt zijn. Maar daar houdt het niet bij op. Wij hebben twee mensen in dienst die zich alleen met onderzoek en ontwikkeling bezighouden. Zij hebben tot taak die technologie te vinden, of mede te ontwikkelen, die onze PUE nog verder omlaag kan brengen. De laagste PUE die ik nu ken, is die van Facebook. Die zit op 1,1. Facebook heeft de technologie beschreven en vrijgegeven, zodat iedereen zijn voordeel ermee kan doen.”

Grens doorbreken

Maar Switch wil naar een PUE die de 1-grens beslecht. PUE is de verhouding tussen alle energie die het datacenter binnenkomt en die wordt gebruikt door de computerinfrastructuur. Over het algemeen wordt de ratio van 1 als hoogst haalbare geacht. Niet door Snip: “Wij willen die grens doorbreken. We mikken op een PUE van 0,7. Energie gaat immers nooit verloren. Moet je nagaan wat dat betekent; een PUE van 1,9, zoals de meeste datacenters hebben, of van 0,7. Daarmee kunnen we zeer zeker scherpe prijzen bieden en echt wat aan het wereldwijd energiegebruik doen.”

Wie de 1-grens doorbreekt, zegt dus eigenlijk energie over te houden aan de stroom die de computerinfrastructuur voedt. Volgens Snip is dat mogelijk door processors te gebruiken die veel meer hitte produceren dan nu het geval is. “Er zijn datacenters die de warmte gebruiken om bijvoorbeeld een naastliggend gebouw te verwarmen, maar dat is water naar de zee dragen. Dergelijke warmtewisselaars kosten veel geld en zijn bijna niet terug te verdienen, en door het transport van water met een relatief lage temperatuur verlies je een hoop energie. Dat soort oplossingen beschouw ik als greenwashing en werken prijsverhogend.”

Tegenovergesteld

Hij ziet veel meer in het omzetten van warmte met een hogere temperatuur die vrijkomt in een rekencentrum, naar een andere energievorm, bijvoorbeeld via een Stirlingmotor naar elektriciteit die op haar beurt dan weer is te gebruiken in het datacenter of is terug te voeren naar het elektriciteitsnet. “Maar dan moet je over processors beschikken die veel heter worden dan gebruikelijk en een hogere performance bieden bij een hoge temperatuur, anders is omzetting van de energie niet efficiënt. Onder andere Intel is druk doende hiernaar onderzoek te doen. Wij volgen dat op de voet.”

Overigens formuleert Kristof Sehmke, woordvoerder van Intel-Benelux, het iets anders: “Intel onderzoekt processors die met hogere dan de gebruikelijke 21 °C hun werk goed kunnen doen.” Het effect is echter hetzelfde: meer warmte in het datacenter dat beschikbaar is voor omzetting naar een andere energievorm.

De afgelopen jaren zijn chipfabrikanten druk bezig geweest om het verbruik, maar ook de warmteopwekking van chips terug te dringen. De redenering is dat chips die niet warm worden geen koeling behoeven en dus energiezuiniger zijn. Het idee van hitteproducerende chips volgt een tegenovergestelde redenering. Snip is van mening dat processors die een lager verbruik hebben een goede ontwikkeling zijn, maar resulteren in een veel hogere performance aan de gebruiker. Mensen gaan dan automatisch de technieken intensiever gebruiken. Met lagere temperaturen blijft het zo dat energie die door de chips heen gaat, alsnog niet kan worden omgezet.

Proefinstelling

Overigens heeft Switch zelf als datacenter niet veel aan dergelijke apparatuur, omdat de servers worden aangeleverd door de klanten die zijn diensten afneemt. “We zullen onze klanten te zijner tijd nadrukkelijk wijzen op die mogelijkheid en proefopstellingen inrichten. Daarbij weet ik dat ze ervoor open staan, omdat het leidt tot goedkopere tarieven bij ons. Wij zullen in elk geval steeds blijven proberen ons te onderscheiden op de markt door toepassing van de modernste technologie.”